Verkeerstunnels

De Verkeerscentrale Noord-West Nederland bediend en bewaakt op afstand 5 verkeerstunnels.

»  Coentunnel
»  Schipholtunnel
»  Velsertunnel
»  Wijkertunnel
»  Zeeburgertunnel

Elke verkeerstunnel is voorzien van een aantal technische installaties en veiligheidsvoorzieningen, die in de volgende drie hoofdstukken worden besproken.


Impressie 2e Coentunnel

1. Technische tunnelinstallaties:

Noodstroomvoorziening
De noodstroomvoorziening bestaat uit een aantal noodstroomaggregaten en een No-Break installatie. Bij een onverwachte stroom uitval zorgt de No-Break installatie er voor dat de belangrijke installaties operationeel blijven zoals de verlichting en de verkeersinstallatie. Nadat de noodstroomaggregaten volledig zijn opgestart wordt de stroomvoorzien geheel overgenomen. Op deze manier worden de installaties in de verkeerstunnel zonder onderbreking van stroom voorzien.

Omroepinstallatie
De omroepinstallatie is per tunnelbuis gescheiden uitgevoerd. De luidsprekers zijn in de tunnelbuis vaak aan het plafond gemonteerd. Buiten de verkeerstunnel bevinden de luidsprekers zich op portalen of masten.
De luidsprekers zijn tegen verkeer gericht waarbij de volume zodanig is ingesteld dat de gegeven instrukties of mededelingen door de wegverkeersleider duidelijk in de auto zijn te verstaan. Elke gegeven instrukties of mededelingen door de wegverkeersleider wordt vooraf gegaan door een attentiesignaal (ding-dong).

Stilstanddetectie
De stilstanddetectie maakt gebruik van detectielussen aangebracht in het wegdek. Deze detectielussen meten aanwezigheid van een voertuig, intensiteit en de snelheid per rijstrook en rijrichting. Op deze manier worden eventuele stilstaande voertuigen en spookrijders vroegtijdig gesignaleerd. Omdat de stilstanddetectie gekoppeld is aan de videomatrix van de C.C.T.V. installatie krijgt de wegverkeersleider bij een langzaam rijdend of stilstaand voertuig gelijk het juiste camerabeeld op de vidiwall. Hierop kan dan verder actie worden ondernomen.

C.C.T.V. (Closed-circuit television) installatie
Voor het observeren van het verkeer of een calamiteit zijn langs het hele tunneltracé per rijrichting camera's opgesteld. De camera's zijn zodanig geplaatst dat ze elkaar overlappen. Verder zijn de camera's verdeeld in secties (2 of 3 camera's per sectie) en deze secties komen weer overeen met de omroepinstallatie. De tunnelbuis is voorzien van vaste camera's, daarbuiten zijn de camera's 360 graden draaibaar en inzoombaar.
De camerabeelden worden weer in de verkeerscentrale per object op de vidiwalls getoond.

Ventilatie
In de verkeertunnels worden twee verschillende ventilatiesystemen toegepast. Namelijk dwarsventilatie en langsventilatie. In de meeste verkeerstunnels wordt langsventilatie toegepast. Met langsventilatie worden rook, hete en giftige stoffen naar één kant weggeblazen, waardoor men stroomopwaarts van de brand een rookvrije "veilige zone" creëert. Tijdens een brand wordt er altijd geventileerd in de rijrichting van de verkeerstunnel.


2. Veiligheidsvoorzieningen:

Hulpposten
Hulpposten bevinden zich aan de linkerkant van de tunnelbuis, gezien met de rijrichting mee. Tegenover deze hulpposten bevinden zich de poederbluskasten. De onderlinge afstand bedraagt 50 meter. Boven de beide soorten posten zijn S.O.S. pictogrammen gemonteerd.
Hulpposten zijn voorzien van een brandblushaspel (bij de poederbluskasten natuurlijk alleen poederblusser) en een intercom. Wanneer men door enige oorzaak (pech of calamiteit) in de verkeerstunnel komt te staan dan kan men via de intercom de wegverkeersleider in de verkeerscentrale waarschuwen.

Veiligheidsvoorzieningen in een verkeerstunnel

Vluchtroutes
In elke tunnelbuis zijn vluchtroutes aanwezig. Boven de toegangsdeuren van deze vluchtroutes hangt een pictogram. Wanneer de normale doorgang is geblokkeerd door een calamiteit dan wordt de vluchtroute door de wegverkeersleider vanuit de verkeerscentrale vrijgegeven.
Geluidsbakens nabij de vluchtdeuren ondersteunen de weggebruiker bij het zichzelf in veiligheid brengen. Het geluidsbaken speelt dan continue herhalend een ingesproken boodschap af: "Uitgang hier – Exit here" afgewisseld door een drietonig signaal. Door het volgen van een route kan de weggebruiker zich in veiligheid brengen.


3. Verkeersinstallatie:

Hoogtedetectie
Om schade aan het plafond en/of installaties van de tunnel te voorkomen zijn de toeleidende wegen voorzien van hoogtedetectie. Deze hoogtedetectie bestaat uit een hoogtedetector/triangles met in iedere rijstrook en vluchtstrook een detectielus. Wanneer een te hoog voertuig deze hoogtedetectie aanspreekt dan springt het verkeerslicht automatisch op rood. Er wordt tevens automatisch een camera ingeschakeld zodat de wegverkeersleider in de verkeerscentrale direct kan zien welk voertuig de hoogtedetectie heeft aangesproken.

Waarschuwing-jrp1.png De maximale hoogte die in Nederland geldt voor motorvoertuigen en aanhangwagens (inclusief de lading) is maximaal 4.00 meter. Wanneer men afwijkt van de maximale hoogte van 4.00 meter en men wil een tunnel passeren, dan dient men tijdig een ontheffing aan te vragen bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Dit voorkomt tevens onnodig oponthoud bij het passeren van een tunnel.

Bedieningsplaatje verkeer

Slagbomen
De slagbomen bij tunnels worden gebruikt om een tunnelbuis geheel af te sluiten tijdens een calamiteit of bij het plaatsen van tegenverkeer. (Bij tegenverkeer is er een tunnelbuis afgesloten voor onderhoud en wordt het verkeer in beide richtingen door één tunnelbuis geleid)

Verkeerslichten
Deze worden gebruikt om het verkeer voor de verkeerstunnel stil te zetten bij een calamiteit, hoogtedetectie of een tijdelijke afsluiting. Bij de Velsertunnel kunnen de verkeerslichten ook het verkeer regelen. Dit is het geval wanneer er een rijstrook in de tunnelbuis is afgesloten of wanneer het verkeersaanbod op de toeleidende wegen te hoog is.

Verplaatsbare vangrail
Verplaatsbare vangrail (VeVa) bevindt zich in de middenberm aan beide zijde vlak voor de verkeerstunnel. Om bij onderhoud of een eventuele stremming van één van de tunnelbuizen de kans op file zo klein mogelijk te houden, wordt de VeVa voor en na de verkeerstunnel verplaatst, zodat al het verkeer door de andere tunnelbuis wordt geleid. Hiermee is de veiligheid van de weggebruiker als de wegwerker in de afgesloten tunnelbuis zo goed mogelijk gegarandeerd.