Verkeerssystemen
De Verkeerscentrale Noord-West Nederland beschikt over een aantal moderne technische hulpmiddelen. Hiermee is de wegverkeersleider in staat om het verkeer op de hoofdwegen pro-actief te sturen en te informeren.
BermDRIP's
BermDRIP's zijn vrij programmeerbare grafische panelen waarop pictogrammen, teksten en/of symbolen
kunnen worden getoond.
De bermDRIP's zijn afgeleid van de Engelse (model Motorway Sign No.4) Variable Message Signs, die in Engeland op grote schaal
wordt gebruikt.
De verkeerscentrale Noord-West Nederland heeft als eerste verkeerscentrale in Nederland een 6-tal
van deze bermDRIP's in de zomer van 2006 rond en op de ring A10 in bedrijf genomen. Ondertussen beschikt de verkeerscentrale, sinds oktober 2008,
over een totaal van 13-bermDRIP's verdeeld over rijkswegen en regionale wegen in Noord-Holland en Flevoland.
De display van een bermDRIP bestaat uit een full-matrix (van rode en witte LED's) van 3 bij 4 meter.
Hierdoor is het mogelijk om de weggebruiker grafisch te informeren over de actuele verkeerssituatie.
De wegverkeersleider kan ook voorgedefiniëerde afbeeldingen aanmaken, wijzigen en plaatsen. Een bermDRIP biedt de
mogelijkheid om de weggebruiker nog beter te informeren.

Dynamische Route InformatiePanelen (DRIP's)

De weggebruiker wordt geinformeert met totaal 34 DRIP's. Hierop verschijnt vooral tijdens de spitsuren de actuele file-informatie. Deze informatie kan worden gegeven in de actuele filelengte (KM) of in de reistijd (minuten) voor een bepaald traject. Daarbuiten kunnen de DRIP's motto teksten tonen (bijvoorbeeld: Gordels om, ook achterin) of teksten ter ondersteuning van wegwerkzaamheden (omleiding) of incidenten (alternatieve route). Tevens bestaat de mogelijkheden om te waarschuwen voor bepaalde weersomstandigheden zoals gladheid of mist. De DRIP's hebben ook de mogelijkheid tot het tonen van pictogrammen. Hiermee probeert men de informatie naar de weggebruiker toe te verbeteren.
Dynamax
De verkeerscentrale Noord-West Nederland startte als eerste verkeerscentrale in Nederland (19 januari 2009) met Dynamax als proef op de A1 richting Amsterdam tussen km.p. 22,6-16,4.
Met behulp van kantelwalsborden kan op rustige momenten de snelheid verhoogd worden van 100 naar 120 km/h. Wanneer de intensiteit toeneemt en dus ook de kans op
file zal Dynamax automatisch de snelheid weer verlagen van 120 naar 100 km/h. De intensiteit van het verkeer wordt gemeten via detectielussen in het asfalt die in gebruik zijn bij het verkeerssignaleringssysteem.
Door het flexibel inzetten van verschillende snelheidslimieten (100-120 km per uur) wordt ingespeeld op actuele situaties op de weg. Kortom: sneller rijden als het kan, langzamer als het moet.
Wanneer de proef op de A1 slaagt zal Rijkswaterstaat op meerdere locaties in Nederland Dynamax gaan toepassen.
Toerit doseersysteem (TDI)

Het toerit doseersysteem is een bijzondere vorm van verkeerslichten die geplaatst zijn op de oprit naar een snelweg. Doel van deze toerit doseerlichten is om de
doorstroming op de snelweg te bevorderen. Er worden niet meer voertuigen tot de snelweg toegelaten dan de weg op dat moment aan kan. Hiermee probeert men
het ontstaan van een file op de snelweg te voorkomen. Wanneer het toerit doseerlicht op groen springt, dan mag het voorste voertuig op die rijstrook het
doseerlicht passeren. Bij groen licht is dat meestal maar één voertuig.
De foto toont een H.D.I. bij knooppunt Velsen (A9/A22). Deze lijkt veel op een T.D.I. maar regelt hier het aantal voertuigen die een knooppunt mogen oprijden.
Verkeerssignalering (MTM)
Met behulp van het verkeerssignaleringssysteem, Motorway Traffic Management (MTM), wordt vanuit de verkeerscentrale een lagere maximumsnelheid (geen adviessnelheid-RVV-Bord A3: Maximumsnelheid op een elektronisch signaleringsbord) tijdens file automatisch geregeld. Iedereen kent ondertussen wel
de portalen boven de snelweg met matrixsignaalgevers die de maximumsnelheid tonen (al dan niet met flashers). De wegverkeersleider kan met het verkeerssignaleringssysteem bij werkzaamheden of een calamiteit
één of meerdere rijstroken d.m.v. een rood kruis afsluiten. Ook het plaatsen van een "snelheidsdeken" van 50, 70 of 90 bestaat tot de mogelijkheid.
Het verkeerssignaleringssysteem is als volgt opgebouwd:
In het wegdek bevinden zich detectielussen, die verbonden zijn met detectorstations. Deze detectorstations verzamelen gegevens zoals de gereden snelheid en intensiteit. En
geven deze informatie op hun beurt weer door aan één of meerdere onderstations. De onderstations zijn daarop weer verbonden met partylijnen of glasvezelkabel (communicatie-netwerk) met de centrale computer in de verkeerscentrale.
Ieder onderstation stuurt een aantal matrixsignaalgevers aan, die op portalen boven de weg zijn opgehangen.
De wegverkeersleider in de verkeerscentrale beschikt over een bedienpost die op zijn beurt weer is aangesloten op de centrale computer. Met een bedienpost kan door de wegverkeersleider een verkeersmaatregel op de matrixsignaalgevers worden
getoond (een rood kruis of een snelheid).
De portalen waarop de matrixsignaalgevers zijn bevestigd staan op een onderlinge afstand van ongeveer 750...900 meter. In en bij
verkeerstunnels, bruggen of bij complexe wegontwerp bedraagt de onderlinge afstand 300...400 meter. De matrixsignaalgevers kunnen ook op viaducten of op andere wegoverspanningen (bijvoorbeeld: een ANWB-portaal) zijn gemonteerd.
Rijkswaterstaat beschikt ook over mobiele rijstrook-signalering. Deze mobiele rijstrook-signalering is bijna gelijk aan de gewone verkeerssignalering,
maar heeft als voordeel dat deze matrixsignaalgevers zijn bevestigd aan een arm, die ingeklapt kan worden op een wagen. Deze matrixborden hebben als functie
bepaalde snelheden aan te geven of rijstroken af te kruisen op wegen waar geen matrixsignaalgevers boven de weg hangen.
Mobiele rijstrook-signalering wordt gebruikt bij langdurige werkzaamheden, politiecontroles, ongevallen of spoedreparaties.
Wisselwegbewijzering (WIBE)
Wisselwegbewijzering wordt toegepast bij de Schipholtunnel Westbuis op de A4 richting Den Haag. Deze wordt gebruikt bij een afsluiting (onderhoud of calamiteit) van de tunnelbuis afrit Schiphol.